(Vervolgd)
1. Onscheidbare werkwoorden (verba-verba yang tidak dapat dipisahkan)
Dalam bahasa Belanda ada cukup banyak kata depan (voorzetsel) atau kata perangkai yang melekat tetap pada verba (werkwoord) tertentu seperti ver-, ont-, her-, ge-. Kata-kata depan yang menyatu dengan seluruh verba (onbepaalde wijs) atau infinitif ini, ada yang dapat dipisahkan dan banyak pula yang tidak dipisahkan dari verbanya.
Jadi dengan kata lain penulisannya harus lengkap. Contoh:
onderzoeken - onderzocht - onderzocht (memeriksa)
onderwijzen - onderwees - onderwezen (mengajar)
voorspellen - voorspelde - voorspeld (meramalkan)
doorlopen - doorliep - doorlopen (menamatkan)
Bentuk lampau dari onsheidbare werkwoorden tampak tidak mendapat tambahan “ge” di depannya. Apabila verba-verba ini bersifat verba biasa (yaitu tanpa kata depan) maka bentuk lampaunya diawali dengan “ge”. Arti kedua verba berbeda. Umpama:
zoeken - zocht - gezocht (mencari)
wijzen - wees - gewezen (menunjuk)
spellen - spelde - gespeld (mengeja)
lopen - liep - gelopen (berjalan)
2. Scheidbare werkwoorden (verba-verba yang dapat dipisahkan)
Di lain pihak masih banyak verba-verba yang digunakan dalam kalimat terpisah jauh dari kata depannya. Verba-verba semacam ini dikenal dengan nama scheidbare werkwoorden. Jika verba-verba yang dapat dipisahkan ini digunakan dalam kalimat maka bagian yang kedua diletakkan di depan bagian pertama. Contoh:
En de beer dacht: ,,Vannacht eet ik de koe op.’’
Dan beruang berpikir: ,,Nanti malam aku memangsa sapi.”
Hij loopt langs de weg door. – dia berjalan terus sepanjang jalan.
Berikut ini contoh verba-verba yang dapat dipisahkan:
afmaken - maakte af - afgemaakt (menyelesaikan)
afkijken - keek af - afgekeken (mencontoh)
opwerpen - wierp op - opgeworpen (melempar ke atas)
doorwerken - werkte door - doorgewerkt (bekerja terus)
Di bawah ini diberikan daftar kata kerja yang tidak dapat dipisahkan dan yang dapat dipisahkan secara lengkap.
Berikut ini 3 kata kerja yang sering dipakai dalam percakapan. Sehingga hapallah kata kerja tersebut dengan sebaik-baiknya. zijn – ada (lah); hebben – punya; worden – menjadi.
berikutnya:
1. Onscheidbare werkwoorden (verba-verba yang tidak dapat dipisahkan)
Dalam bahasa Belanda ada cukup banyak kata depan (voorzetsel) atau kata perangkai yang melekat tetap pada verba (werkwoord) tertentu seperti ver-, ont-, her-, ge-. Kata-kata depan yang menyatu dengan seluruh verba (onbepaalde wijs) atau infinitif ini, ada yang dapat dipisahkan dan banyak pula yang tidak dipisahkan dari verbanya.
Jadi dengan kata lain penulisannya harus lengkap. Contoh:
onderzoeken - onderzocht - onderzocht (memeriksa)
onderwijzen - onderwees - onderwezen (mengajar)
voorspellen - voorspelde - voorspeld (meramalkan)
doorlopen - doorliep - doorlopen (menamatkan)
Bentuk lampau dari onsheidbare werkwoorden tampak tidak mendapat tambahan “ge” di depannya. Apabila verba-verba ini bersifat verba biasa (yaitu tanpa kata depan) maka bentuk lampaunya diawali dengan “ge”. Arti kedua verba berbeda. Umpama:
zoeken - zocht - gezocht (mencari)
wijzen - wees - gewezen (menunjuk)
spellen - spelde - gespeld (mengeja)
lopen - liep - gelopen (berjalan)
2. Scheidbare werkwoorden (verba-verba yang dapat dipisahkan)
Di lain pihak masih banyak verba-verba yang digunakan dalam kalimat terpisah jauh dari kata depannya. Verba-verba semacam ini dikenal dengan nama scheidbare werkwoorden. Jika verba-verba yang dapat dipisahkan ini digunakan dalam kalimat maka bagian yang kedua diletakkan di depan bagian pertama. Contoh:
En de beer dacht: ,,Vannacht eet ik de koe op.’’
Dan beruang berpikir: ,,Nanti malam aku memangsa sapi.”
Hij loopt langs de weg door. – dia berjalan terus sepanjang jalan.
Berikut ini contoh verba-verba yang dapat dipisahkan:
afmaken - maakte af - afgemaakt (menyelesaikan)
afkijken - keek af - afgekeken (mencontoh)
opwerpen - wierp op - opgeworpen (melempar ke atas)
doorwerken - werkte door - doorgewerkt (bekerja terus)
Di bawah ini diberikan daftar kata kerja yang tidak dapat dipisahkan dan yang dapat dipisahkan secara lengkap.
ONSCHEIDBARE WERKWOORDEN
Kata kerja asli
|
O.V.T.
|
Arti
|
|
overlijden
overtuigen
overleven
overleggen
overmeesteren
overwegen
overladen
overheersen
overgieten
doorlopen
doorboren
doorkruisen
doorleven
doorklieven
doorstaan
doorwaden
onderrichten
onderscheiden
ondersteunen
ondertekenen
ondervragen
onderzoeken
onderhouden
voorspellen
voorkomen
voorzien
|
overleed
overtuigde
overleefde
overlegde
oversmeesterde
overwoog
overlaadde
overheerste
overgoot
doorliep
doorboorde
doorkruiste
doorleefde
doorkliefde
doorstond
doorwaadde
onderrichtte
onderscheidde
ondersteunde
onderstekende
ondervroeg
onderzocht
onderhield
voorspelde
voorkwam
voorzag
|
is
overleden
heeft
overtuigd
overleefd
heeft
overlegd
heeft
oversmeesterd
heeft
overwogen
heeft
overladen
heeft
overheerst
heeft
overgoten
heeft
doorlopen
heeft
doorboord
heeft
doorkruist
heeft
doorleefd
heeft
doorkliefd
heeft
doorstaan
heeft
doorwaad
heeft
onderricht
heeft
onderscheiden
heeft
ondersteund
heeft
ondertekend
heeft
ondervraagd
heeft
onderzocht
heeft
onderhouden
heeft
voorspeld
heeft
voorkomen
heeft
voorzien
|
meninggal
menyakinkan
hidup
lebih lama daripada
menimbang-nimbang
merebut
mempertimbangkan
memuat
terlalu berat
menjajah
menyirami
menammatkan
(sekolah)
menembus
menjelajah
mengalami
membelah
menderita
mengarungi
(sungai dsb) dengan berjalan
mengajari
membedakan
menyokong
menandatangani
menanyai
menyelidiki
memelihara
meramalkan
mencegah
melengkapi
|
SCHEIDBARE WERKWOORDEN
Kata kerja
asli
|
O.V.T.
|
Arti
|
|
aankomen
aanbieden
aanzien
aanhoren
aanspreken
(vuur) aanmaken
(kleren)
aantrekken
aangeven
aannemen
aanvallen
instappen
invoeren
innemen
inlossen
uitstappen
uitgaan
uitrusten
uitnodigen
uitblazen
uitleggen
opstijgen
opstaan
opgaan (zon)
opschrijven
opleiden
meegaan
meehelpen
meeeten
meerijden
meevechten
stilblijven
stilzitten
stilliggen
|
kwam aan
bond aan
zag aan
hoorde aan
sprak aan
maakte aan
trok aan
gaf aan
nam aan
viel aan
stapte in
voerde in
nam in
loste in
stapte uit
ging uit
rustte uit
nodigde uit
blies uit
legde uit
steeg op
stond op
ging op
schreef op
leidde op
ging mee
hielp mee
at mee
reed mee
vocht mee
bleef stil
zat stil
lag stil
|
is aangekomen
heeft aangeboden
heeft aangezien
heeft aangehoord
heeft
aangesproken
heeft aangemaakt
heeft
aangetrokken
heeft aangegeven
heeft aangenomen
heeft aangevallen
is ingestapt
heeft ingevoerd
heeft ingenomen
heeft ingelost
is uitgestapt
is uitgegaan
heeft uitgerust
heeft uitgenodigd
heeft uitgeblazen
heeft uitgelegd
is opgestegen
is opgestaan
is opgegaan
heeft
opgeschreven
heeft opgeleid
is meegegaan
heeft meegeholpen
heeft meegegeten
heeft meegereden
heeft
meegevochten
is stilgebleven
heeft stil
gezeten
heeft stil
gelegen
|
tiba.
menawarkan
memandang.
mendengarkan.
menegur.
menyalakan (api)
mengenakan
(pakaian)
mengadukan.
menerima.
menyerang.
naik kedalam
(kendaraaan)
memasukkan.
minum (obat).
menebus.
turun dari
(kereta)
pergi keluar.
beristirahat.
mengundang.
meniup padam.
menerangkan.
membubung.
bangun.
terbit.
mencatat.
mendidik.
turut pergi.
turut menolong.
turut makan.
turut
berkendaraan.
turut berkelahi.
tinggal diam.
duduk diam.
berbaring diam.
|
Berikut ini 3 kata kerja yang sering dipakai dalam percakapan. Sehingga hapallah kata kerja tersebut dengan sebaik-baiknya. zijn – ada (lah); hebben – punya; worden – menjadi.
TIJDEN
|
TEGENWOORDIG TIJD
|
VERLEDEN TIJD
|
||
Onvoltooid
|
Voltooid
|
Onvolttoid
|
Voltooid
|
|
ZIJN:
Ik
Jij, U
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
HEBBEN:
Ik
U, jij
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
WORDEN:
Ik
U, jij
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
|
ben
bent
is
zijn
heb
hebt
heeft
hebben
word
wordt
wordt
worden
|
ben
geweest
bent geweest
is geweest
zijn geweest
heb gehad
heb gehad
heeft gehad
hebben gehad
ben geworden
bent geworden
is geworden
zijn geworden
|
was
was
was
waren
had
had
had
hadden
werd
werd
werd
werden
|
was
geweest
was geweest
was geweest
waren geweest
had gehad
had gehad
had gehad
hadden gehad
was geworden
was geworden
was geworden
waren geworden
|
berikutnya:
TIJDEN
|
TOEKOMENDE TIJD
|
|||
TEGENWOORDIG TIJD
|
VERLEDEN TIJD
|
|||
Onvoltooid
|
Voltooid
|
Onvolttoid
|
Voltooid
|
|
ZIJN:
Ik
Jij, U
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
HEBBEN:
Ik
U, jij
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
WORDEN:
Ik
U, jij
Hij, zij, het
Wij, jullie, zij
|
zal
zijn
zal zijn
zal zijn
zullen zijn
zal hebben
zult hebben
zult hebben
zullen hebben
zal worden
zult worden
zal worden
zullen worden
|
zal
geweest zijn
zult geweest zijn
zal geweest zijn
zullen geweest zijn
zal gehad hebben
zult gehad hebben
zal gehad hebben
zullen gehad hebben
zal geworden zijn
zult geworden zijn
zal geworden zijn
zullen geworden zijn
|
zou
zijn
zou (zoudt) zijn
zou zijn
zouden zijn
zou hebben
zou (zoudt) hebben
zou hebben
zouden hebben
zou worden
zou (zoudt) worden
zou worden
zouden worden
|
zou
geweest zijn
zou (zoudt) geweest zijn
zou geweest zijn
zouden geweest zijn
zou gehad hebben
zou (zoudt) gehad hebben
zou gehad hebben
zouden gehad hebben
zou geworden zijn
zou (zoudt) geworden zijn
zou geworden zijn
zouden geworden zijn
|

0 comments:
Post a Comment